Wat de belangrijkste studies lieten zien
In 2023 voerden onderzoekers van de University of Toronto een studie uit die later verscheen in het tijdschrift “Aging, Neuropsychology, and Cognition”. Ze concludeerden dat een algemeen vertraagd spreektempo veranderingen in de hersenen kan weerspiegelen die samenhangen met cognitieve achteruitgang. Jed Meltzer, een bekend cognitief neurowetenschapper, zei: “Onze resultaten geven aan dat veranderingen in algemene spreektijd veranderingen in de hersenen kunnen weerspiegelen.” Hsi T. Wei, een psycholoog aan dezelfde universiteit, benadrukte dat “oudere volwassenen geneigd zijn om meer dysfluenties zoals ‘eh’ en ‘uhm’ te produceren tijdens natuurlijke spraak, en dat zij een algemeen trager spreektempo hebben.”
In 2024 vonden onderzoekers aan de Stanford University een verband tussen langere pauzes in spraak en hogere niveaus van tau-eiwitkluwens, een kenmerk van de ziekte van Alzheimer. Claire Lancaster, een dementieonderzoeker, beschreef deze bevindingen in “The Conversation” en benadrukte dat niet alleen de inhoud van wat we zeggen belangrijk is, maar ook hoe snel we het zeggen.
Hoe ze het onderzochten en wat het betekent
In de studie van Toronto werden 125 gezonde volwassenen, in de leeftijd van 18 tot 90 jaar, gevraagd om hun natuurlijke spraak te testen door een scène te beschrijven en te reageren op auditieve en visuele stimuli. Het bleek dat jongere volwassenen sneller reageerden dan oudere volwassenen, wat de hypothese ondersteunt dat verwerkingssnelheid meer zegt over cognitieve staat dan alleen geheugen. Deze resultaten ondersteunen de verwerkingssnelheidtheorie, die suggereert dat een algemene vertraging in cognitieve verwerking centraal staat bij cognitieve achteruitgang.
Ook in 2024 gebruikten Stanford-onderzoekers neuroimaginggegevens van 237 cognitief niet-aangetaste volwassenen om de correlatie tussen tau-belasting en spreektempo te analyseren. De resultaten toonden aan dat een hogere tau-belasting samengaat met een langzamer spreektempo en langere tussentijdse pauzes. Hoewel deelnemers met meer tau langer deden over geheugentests, waren zij niet per se minder accuraat in hun antwoorden.
Aanbevelingen en technologische toepassingen
In hun advies bij de studie van Toronto stellen Meltzer en medeauteurs dat het beoordelen van spreektempo onderdeel zou moeten worden van standaard cognitieve tests. Dat zou clinici kunnen helpen om sneller tekenen van cognitieve achteruitgang op te merken. Ze suggereren ook om langlopende studies te starten om te kijken of mensen die langzamer scoren op geheugenopdrachten later daadwerkelijk cognitieve problemen krijgen.
AI-algoritmen ontwikkeld die spraakpatronen gebruiken om een Alzheimer-diagnose te voorspellen met een nauwkeurigheid van 78,5 procent. Deze techniek kan artsen helpen bij het beter begrijpen van spraakgerelateerde problemen in verband met amyloïdeplaques, aangezien patiënten met meer amyloïdeplaques 1,2 keer meer geneigd zijn spraakgerelateerde problemen te hebben.De ontdekking dat spraakpatronen belangrijke aanwijzingen kunnen geven over de neurologische toestand brengt ons dichter bij een beter begrip van de complexiteit van onze hersenen. Wetenschappelijke ontwikkelingen zoals deze tonen aan hoe belangrijk het is om niet alleen naar de inhoud maar ook naar snelheid en vloeiendheid van spraak te kijken bij het beoordelen van cognitieve gezondheid. Dit benadrukt de noodzaak van meer onderzoek en grotere bewustwording binnen de medische wereld en bij het brede publiek.