Volledig dichtgedraaide radiatoren in ongebruikte kamers kunnen het energieverbruik juist verhogen

Radiatorkranen dicht of laag? Slim verwarmen helpt energieverbruik verminderen
Radiatorkranen dicht of laag? Slim verwarmen helpt energieverbruik verminderen

Veel huishoudens overwegen drastische maatregelen om energie te besparen, zoals radiatoren in ongebruikte kamers helemaal dichtdraaien. Dat lijkt een makkelijke manier om kosten te drukken, maar in de praktijk kan het juist tot hogere energierekeningen leiden. Gedeeltelijk en stabiel verwarmen op een lage temperatuur kan vaak effectiever zijn.

Het probleem van radiatoren helemaal dichtdraaien

Veel mensen draaien radiatoren in ongebruikte kamers volledig dicht met de gedachte dat ze zo “het terugzien op de rekening” voorkomen. In werkelijkheid gebeurt vaak het tegenovergestelde: de muur tussen een warme en een koude kamer wordt merkbaar kouder, de badkamer heeft langer nodig om op te warmen en de vloer voelt kouder aan dan vorig jaar. De verwarmingsketel slaat vaker en korter aan en uit, terwijl de jaarafrekening vaak gelijk blijft of zelfs iets stijgt.

Een huis gedraagt zich als één geheel: warmte stroomt via binnenmuren, vloeren en luchtstromen. Als één kamer koud wordt, haalt die warmte uit aangrenzende warme kamers, wat extra energieverlies veroorzaakt. Is een onverwarmde kamer bovendien aan een buitenmuur gelegen, boven een koude garage of onder een slecht geïsoleerd dak, dan zijn de temperatuurverschillen extra kostbaar.

Hoe warmteverlies en ketelgedrag veranderen

In een typisch hoekhuis waar de noordelijke slaapkamer geen verwarming krijgt, daalt de temperatuur in de winter tot ongeveer 12 °C. Ondertussen wordt de aangrenzende badkamer op 21 °C gehouden. Die temperatuurverschillen maken dat de scheidingswand als een koudebrug werkt, waardoor de badkamer sneller afkoelt en er vaker damp op de spiegel verschijnt. De ketel moet vervolgens harder werken om de gewenste temperatuur in de warmere kamers te behouden, vaak in korte en inefficiënte cycli. Dit “sprinten” zorgt voor meer slijtage van de ketel en is minder efficiënt dan constant warmte vasthouden.

Bij oudere huizen met slechte isolatie, of kamers boven een koude garage of in een winderige hoek, komt dit probleem het vaakst voor. Daar is radiatoren simpelweg afsluiten in ongebruikte kamers meestal geen zuinige keuze.

Tips om efficiënter te verwarmen

Het is verstandiger om ongebruikte kamers op een constante temperatuur van 15–17 °C te houden in plaats van ze helemaal uit te zetten. Dat werkt als een buffer tussen kamers en vermindert warmteoverdracht. Als je een koude kamer plots nodig hebt, is het goedkoper om van 16 naar 20 °C te gaan dan van 11 naar 20 °C.

Praktische maatregelen zijn onder andere:

  • deuren sluiten tussen warme en koelere kamers,
  • kort en intensief ventileren, en
  • extra letten op kamers met grote temperatuurverschillen, zoals kamers aan een buitenmuur.

Begin bij de centrale thermostaat: een verlaging van 1 °C kan tot 6–7% gasbesparing opleveren.

Gewoontes en misverstanden

Veranderingen in gedrag zijn belangrijk; veel mensen draaien thermostatische kranen rommelig, wat leidt tot inefficient ketelgedrag. Radiatoren helemaal afsluiten werkt misschien in moderne, goed geïsoleerde huizen, maar in oudere, slecht geïsoleerde huizen levert dat niet altijd de verwachte besparing op. In plaats van te kiezen voor extreem lage temperaturen, kun je beter letten op stabiele, haalbare gewoonten zoals een nachtverlaging en het beperken van hoge temperaturen in ruimtes zoals de badkamer.

Slimmer omgaan met verwarming levert niet alleen financiële voordelen op, maar ook een prettiger woonklimaat. Door slim te verwarmen kunnen huishoudens besparen op hun eigen energierekening en bijdragen aan een duurzamere toekomst.