Waarom bevriezen leidingen sneller?
Als een stookolieketel of houtkachel wordt vervangen door een warmtepomp, verandert er veel in de oude ketelruimte. De warmtebron die de ruimte eerder constant verwarmde verdwijnt. Een brandende ketel leverde niet alleen warmte, maar had ook doorlopend verbrandingslucht nodig. Na plaatsing van een warmtepomp is die luchttoevoer overbodig. Dat verandert de ventilatie. Ventilatieroosters in de oude ketelruimte moeten worden aangepast zodat ijskoude buitenlucht niet via open roosters naar binnen stroomt.
Daarnaast hebben sommige Tsjechische woningen bij het ontwerp rekening gehouden met een permanente luchttoevoer. Dat systeem blijft soms zitten na installatie van een warmtepomp, waardoor koude lucht ongehinderd binnenkomt. Traditionele ketels gaven bovendien flink wat restwarmte af; warmtepompen hebben veel minder restwarmte, waardoor die ruimtes sneller afkoelen.
Wat gebeurt er bij een koude ketelruimte?
Dalen de temperaturen in de oude ketelruimte, dan kan dat flink nare gevolgen hebben — vooral als het vlak bij de vloer onder nul komt. Vaak toont een thermometer op ooghoogte normale waarden, terwijl het bij de vloer veel kouder is. De watermeter (het apparaat dat het drink- en gebruikswater registreert) is daarbij extra kwetsbaar voor vorst.
Een concreet voorbeeld uit Tsjechië laat zien hoe ernstig het kan zijn. In één stad werden in de winter meerdere gevallen geregistreerd waarbij de watermeter in de oude ketelruimte bevroor. Dat leidde tot aanzienlijke problemen, zowel technisch als financieel. Het terugkerende patroon is hetzelfde: ogenschijnlijk normale kamertemperatuur, maar vloerzone die tot bevriezing leidt.
Wie is verantwoordelijk en wat kun je doen?
Verschillende partijen hebben hier een rol. Huiseigenaren moeten ervoor zorgen dat de ruimte waar de leidingen lopen voldoende verwarmd blijft. Gemeentelijke diensten wijzen bewoners erop de watermeter in een warme ruimte te plaatsen. Verkopers en installatiebedrijven moeten klanten informeren over de noodzaak van extra verwarmingsmaatregelen.
Verzekeraars zijn op de hoogte van deze gevallen en bekijken of schade door bevriezing wordt vergoed. De uitkering hangt af van de getroffen maatregelen; als er geen passende bescherming is, kan de vergoeding beperkt zijn. Verzekeraars raden bijvoorbeeld aan te zorgen voor aanvullende elektrische bijverwarming en extra isolatie van deuren in de ruimte met leidingen.
Het handhaven van een minimumtemperatuur van minimaal +12 °C in deze ruimtes wordt als zeer belangrijk gezien. Dat bereik je met extra verwarming en isolatie. Ook regelmatig de temperatuur vlak bij de vloer controleren helpt bevriezing voorkomen.
De overstap naar duurzame energiebronnen zoals warmtepompen brengt nieuwe vragen voor huiseigenaren met zich mee. Goede informatie, preventieve maatregelen en bewust handelen zijn daarbij van groot belang. Neem, en desnoods onafhankelijke studies en strategieën ontwikkelen om bevriezing van watermeters en leidingen te voorkomen, zal extra inzicht en oplossingsrichtingen bieden.