Het onderzoek en belangrijkste bevindingen
Het team — Natalia Gomes Gonçalves, Euridice Martinez-Steele, Paulo A. Lotufo, Isabela Bensenor, Alessandra C. Goulart, Sandhi Maria Barreto, Luana Giatti, Carolina Perim de Faria, Maria del Carmen Bisi Molina, Paulo Caramelli, Dirce Maria Marchioni en Claudia Kimie Suemoto — volgde 12.772 volwassenen uit heel Brazilië. De gemiddelde leeftijd bij aanvang was 52 jaar. De deelnemers werden ruim acht jaar gevolgd, met cognitieve tests bij aanvang, halverwege en aan het einde van de studie (drie meetmomenten).
De studie keek naar de inname van verschillende kunstmatige zoetstoffen: aspartaam, saccharin, acesulfame-K, erythritol, xylitol, sorbitol en tagatose. Deelnemers in de hoogste innamegroep lieten een 62% snellere achteruitgang in denk- en geheugenfuncties zien vergeleken met de laagste innamegroep — dat komt grofweg neer op 1,6 jaar extra veroudering. Opvallend was dat sorbitol de hoogste gemiddelde dagelijkse inname had (64 mg).
Wat de subgroepen laten zien: leeftijd en diabetes
Bij deelnemers jonger dan 60 jaar viel een duidelijk patroon op: wie het meest zoetstoffen consumeerde, had een snellere daling in verbale vloeiendheid en in de algemene cognitieve scores. Bij deelnemers ouder dan 60 jaar werd geen significante link gevonden. Voor mensen met diabetes bleek de relatie tussen zoetstofinname en cognitieve achteruitgang sterker — die groep lijkt een hoger risico te lopen.
Waar de zoetstoffen vandaan komen en hoeveel mensen binnenkrijgen
De onderzochte zoetstoffen kwamen vaak voor in gearomatiseerd water, frisdrank, energiedranken, yoghurt en caloriearme desserts; sommige worden ook los verkocht als zoetstof. De laagste consumptiegroep nam gemiddeld 20 mg per dag; de hoogste groep gemiddeld 191 mg per dag — ongeveer gelijk aan de hoeveelheid aspartaam in één blikje dieetfrisdrank.
Statistische aanpassingen en beperkingen
De bevindingen bleven bestaan na aanpassingen voor belangrijke gezondheidsfactoren zoals leeftijd, geslacht, hoge bloeddruk en cardiovasculaire ziekte. Belangrijk om te benadrukken: het onderzoek toont een associatie, geen direct oorzakelijk verband. De analyse omvatte niet alle beschikbare kunstmatige zoetstoffen en de voedingsgegevens waren zelf-gerapporteerd (wat recall-bias of meetfouten kan veroorzaken).
Wat dit betekent voor toekomstig onderzoek en gezondheid
Claudia Kimie Suemoto concludeert dat “zoetstoffen met weinig of geen calorieën vaak gezien worden als een gezond alternatief voor suiker; echter, onze bevindingen suggereren dat bepaalde zoetstoffen na verloop van tijd negatieve effecten op de gezondheid van de hersenen kunnen hebben.” Ze benadrukt dat er meer onderzoek nodig is om te bepalen of andere suikeralternatieven — zoals appelmoes, honing, ahornsiroop of kokossuiker — mogelijk betere of veiligere opties zijn.
Deze studie is een belangrijke stap in het beter begrijpen van de invloed van kunstmatige zoetstoffen op onze gezondheid en roept op tot vervolgonderzoek om de lange termijn effecten volledig in kaart te brengen. Het bericht is vooral relevant voor mensen die overwegen suiker te vervangen door kunstmatige zoetstoffen in hun dieet.