De vondst bij de Poyos-krijtsite
De Poyos-krijtsite in Guadalajara bleek veel geologische informatie te bevatten. Op dezelfde stratigrafische laag werden vier dinosaurus-eieren gevonden, ongestoord door tectonische verschuivingen en ingekapseld in fijne sedimentlagen. Die omstandigheden zorgden voor een langzame, stabiele fossilisatie, waardoor zelfs kwetsbare eischalen opvallend goed bewaard zijn gebleven. De opgraving werd geleid door Francisco Ortega en Fernando Sanguino, met steun van het Evolutionaire Biologie team van de UNED (UNED is de Spaanse afstandsuniversiteit).
De eieren hebben een roodachtige kleur en hun minerale textuur toont hoeveel tijd ze in het sediment doorgebracht hebben. Ze zitten vol met microscopische fragmenten uit het verleden, en worden daarom ook wel “cápsulas del tiempo” (tijdscapsules) genoemd. Zoals een onderzoeker van het MUPA opmerkte: “Elke laag van de schaal bewaart een boodschap uit het verleden die we nog aan het leren zijn te lezen.”
Verschillende titanosauriërs tegelijk
Er werden twee verschillende eiertypes gevonden, wat wijst op een zeldzame co-existentie in hetzelfde gebied. Het eerste type, Fusioolithus baghensis, was al bekend. Het tweede, nieuw benoemde type Litosoolithus poyosi, valt op door zijn grote formaat, dunne schaal en lage porositeit. Carmen Teresa Olmedo, viceconsul van Cultuur en Sport van Castilla-La Mancha, benadrukte het belang van de vondst: “De coexistentie van twee verschillende typen eieren in één en hetzelfde stratigrafische niveau vormt een wereldreferentie.”
Deze verschillen suggereren dat verschillende titanosauriërs gelijktijdig in hetzelfde gebied leefden, wat aanwijzingen geeft over uiteenlopende voortplantingsstrategieën en gedrag. De specifieke kenmerken van de eierschalen geven ook informatie over de milieuomstandigheden van die tijd, zoals temperatuur en bodemvochtigheid, en wijzen op mogelijke aanpassingen aan klimaatveranderingen voorafgaand aan de massa-extincties.
In het museum en verder onderzoek
De fossielen zijn nu permanent te zien in het Museo Paleontológico de Castilla-La Mancha (MUPA) in Cuenca, waar bezoekers deze uitzonderlijk goed bewaarde vondsten kunnen bekijken. De tentoonstelling laat niet alleen het verleden zien, maar stimuleert ook vervolgonderzoek naar chemische sporen die mogelijk licht kunnen werpen op de oorspronkelijke biologische samenstelling van de eieren.
De vondsten hebben belangrijke wetenschappelijke en beleidsimplicaties. Als de Poyos-site verder bevestigd wordt, zou zij een wereldreferentie kunnen worden voor het bestuderen van de diversiteit en voortplantingsgewoonten van Europese dinosauriërs kort voor hun verdwijning. De samenwerking tussen Castilla-La Mancha, UNED en MUPA onderstreept het belang van gezamenlijke inspanningen in onderzoek en behoud.
De ontdekking in Guadalajara opent een nieuw hoofdstuk in ons begrip van het dinosaurustijdperk. Terwijl de fossielen langzaam hun geheimen prijsgeven, bieden ze een moment om stil te staan bij de kwetsbaarheid en complexiteit van het leven op aarde.
Die eieren, miljoenen jaren beschermd, vervullen nu hun rol als bewakers van leven en herinneren ons aan die vergankelijke tijd waarvan zij deel uitmaakten — ze nodigen ons uit om hun verhaal te leren kennen.