Waar het allemaal begon en hoe groot het is
China begon eind jaren 1970 met het aanleggen van uitgestrekte bomenrijen in het noorden van het land, met als doel de woestijnaanslag te beperken. Sinds 1949 is de bosbedekking in China gestegen van ongeveer 10% naar ruwweg 25% tegenwoordig. Meer dan 259.000 km² aan nieuwe bossen is sindsdien toegevoegd, vooral in de oostelijke moessonregio’s, noordwest-China en langs de Tibetaans Hoogvlakte.
Het project, bekend als China’s Three North Shelterbelt, gebruikt grotendeels snelgroeiende, waterhongerige bomen zoals populieren, vaak geplant in dichte monocultuurplantages. In tegenstelling tot het idee dat meer bomen altijd beter zijn, blijkt nu dat de effecten veel complexer zijn en sterk per omgeving verschillen.
Wat onderzoek zegt over water
Een studie, gepubliceerd in het tijdschrift Earth’s Future en uitgevoerd door wetenschappers van onder andere de China Agricultural University en Tianjin University, laat zien dat veranderingen in landbedekking de watercyclus in China hebben beïnvloed. De toegenomen evapotranspiratie bedroeg ongeveer 1,7 mm per jaar, terwijl de neerslag met 1,2 mm per jaar toenam. Ondanks die neerslagtoename is de algehele waterbeschikbaarheid afgenomen, wat gevolgen heeft voor 74% van het Chinese grondgebied.
In sommige gebieden, zoals de Tibetaans Hoogvlakte, valt nu juist meer regen, maar andere regio’s, waar boeren elke druppel tellen, kampen met verminderde watervoorraden.
Hoe bomen als waterpompen werken
Diepgewortelde bomen trekken water uit de bodem en geven dat via verdamping terug aan de atmosfeer. Dat proces kan leiden tot neerslag op grote afstand van de oorspronkelijke waterbron (door atmosferische kringlopen), maar leidt tegelijkertijd lokaal tot lagere grondwaterstanden. In noordwest-China zijn de waterbronnen daardoor flink afgenomen, waardoor boeren hun putten zien opdrogen en hun irrigatiesystemen en daarmee de elektriciteitskosten moeten opvoeren.
Problemen met beheer en kritiek
Critici in China wijzen erop dat het behandelen van droog grasland als kale grond voor herbebossing bestaande ecosystemen kan verzwakken. Met name waterhongerige bomen concurreren met gewassen en stedelijke gebieden om het beperkte grondwater. Populieren, vaak in rijen aangeplant, hebben de grondwaterbalans flink veranderd, wat zorgvuldig beheer vereist om langdurige uitdroging te voorkomen.
Wetenschappers en beleidsmakers benadrukken daarom het belang van vocht-recycling in herstelinspanningen en pleiten voor een strategie die verder kijkt dan alleen koolstofopslag.
Aanbevelingen voor toekomstige projecten
Voor toekomstige projecten adviseren experts het gebruik van hydrologische modellen en het selecteren van inheemse boomsoorten die zijn aangepast aan lokale klimaatcondities. Lokale gemeenschappen moeten actief betrokken worden bij beslissingen over herbebossing, omdat zij unieke kennis hebben van lokale watersystemen. Succes zou niet alleen gemeten moeten worden aan het aantal aangeplante bomen, maar ook aan de waterstanden in aquifers, de aanwezigheid van gewassen, en de sociale en economische gevolgen.
China’s ervaring kan bovendien lessen bieden voor de Afrikaanse “Great Green Wall”, die zich ontwikkelt tot een mozaïek van lokale agro-initiatieven in plaats van een ononderbroken bomenrij. Beide projecten tonen mogelijkheden voor wind- en zandbeheersing en koolstofopslag, maar benadrukken ook dat waterbeheer vanaf het begin van elk project meegenomen moet worden. Het bewijs uit China kan waardevolle inzichten leveren voor effectievere en duurzamere herstelplannen wereldwijd.